maandag 14 december 2015

Meeuwen


En ik vroeg me af hoe het met de meeuwen zou gaan, nu er niemand meer was die naar hen uitkeek.
'Ik zie ze niet hoor,' zei ze vaak.
'Kijk jij eens of ze er nog zijn,' zei ze dan eigenlijk.
En als ik ze dan weer zag, elke lente weer kwam ze moeizaam overeind uit haar stoel die nu bij ons voor een boekenkast staat. Met één hand leunend op de stoel, de andere tegen de deurpost keek ze naar waar ik wees.
'Daar, zie je wel.'
'Oh ja, ik zie ze. Die ene zit maar op dat nest. De ander altijd in de buurt.'

Na wat weken als er, altijd twee jongen uit de eieren waren gekomen keken we elke ochtend waar ze op het dak schuin aan de overkant van de straat zaten. Ze beklaagde hen als het slecht weer was en moedigde de kleine meeuwen aan als het fladderen begon.
En altijd waren ze opeens weg.
Waarna we het er een jaar niet meer over hadden.

'Kijk jij nog een keer of alles nu leeg is?'
'Het is klaar, alles is weg, alles is er uit, alles is schoon. Klaar.'
'Moeten we de drempels nog uit de berging halen?'
'Die haalt woningstichting zelf maar, gekkigheid. Dan doen ze die drempels er weer in en de volgende bewoner haalt ze weer weg. Iedereen heeft een rollator, wat moet je dan met drempels? Net als die deur naar de keuken. We hebben hem omhoog gehaald, zij hangen hem er weer in en de volgende huurder haalt hem er weer uit. Ik ben er klaar mee. We gaan, het is klaar, af, over. ze is hier niet meer.'

'Nee.'

Soms, terwijl we bezig waren met het uitzoeken van spullen en later toen we de vloerbedekking weg sneden, keek er een bewoner van de flat naar binnen. Of we kwamen één van hen tegen, in het trappenhuis of op de galerij. Ze waren anders dan eerder, vroeger. Schuchter bijna. Alsof ze zich bedachten dat ook hun appartement eens zou worden leeggehaald en misschien vroegen ze zich af hoe lang dat nog zou duren.

'Het is nog best snel met haar gegaan he?'
'Ja,' zei ik, maar meer ook niet. Ik heb het verhaal al te vaak verteld.
'Ach, we gaan allemaal een keer,' zei ze terwijl ze, steunend op haar rollator de lift uitging.

En ik hoop zo dat zij, of iemand anders straks naar de meeuwen op het dak kijkt.
Zwaaien naar ze, dat hoeft niet. Al leek het me dat vooral de jonge meeuwen dat altijd wel leuk vonden.

'Kom, we gaan. Het is goed zo.'









Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen