vrijdag 24 juli 2015

'Links Bengel, links!'

'Nee, dat is staar. Dat zijn ogen wit zijn, dat is staar. Maar daar merkt hij niks van hoor, hij is blind. Hoe oud denk je trouwens dat hij is?'. De man droeg een hoed die bij hem paste en hij zette hem nog net iets rechter terwijl hij me aankeek. Hij had wel iets van een leraar Duits. Voor ik een te laag getal kon gokken gaf hij zelf het antwoord al. Misschien was hij dat wel gewend, van vroeger, toen hij nog les gaf.
'Hij is twaalf. Maar dat zie je niet aan hem af. Hij is al jaren blind. Zijn broer was ook blind. Die woonde bij een jachtopziener. Maar hij is afgemaakt. Niet omdat hij blind was maar omdat hij depressief was geworden door dat blind zijn'. De man hield de glanzende zwarte hond kort aan de lijn. Achter hem liepen een aantal Arabische vluchtelingen naar de bushalte. Ze zagen er, net als alles in het stadje onbekommerd en rustig uit.

'Ik heb nog een hele tijd met hem in het bos kunnen wandelen. Hij is wel blind maar hij begrijpt een hoop woorden. Links, rechts, zelfs als ik "op het pad' zeg begrijpt hij het. Al wordt het nu wel wat minder hoor, de informatie raakt soms ergens zoek tussen zijn hersenen en zijn poten dus blijven we wat vaker in de buurt'.

De vluchtelingen waren nergens meer te zien, al had ik geen bus langs zien komen. De hond rook aan mijn hand en achter hem stak een jonge vrouw het zebrapad over. Haar jurk wapperde terwijl het windstil leek te zijn. Ze keek achter zich, naar een poes die haar op ruime afstand volgde. Een auto stopte en de poes stak op zijn gemak het zebrapad over. De vrouw liep verder, haar hakken maakten geen geluid, alsof ze bang waren de stilte in het stadje te verstoren.

Man en hond liepen verder. Ze kwamen bij een reclamebord waar met wit krijt 'Broodje gezond 3,95' op was geschreven. 'Links Bengel, links!' hoorde ik de man zeggen maar alleen een stevige ruk aan de riem kon een botsing met het bord voorkomen. De man drukte zijn hoed wat vaster op zijn hoofd voor hij bukte. Hij aaide de hond over het hoofd, klopte hem even op zijn rug en keek kort, bijna verontschuldigend nog even mijn kant op.

Keurige, statige huizen glinsterden in de zon. Het gras was precies kort genoeg geknipt om nog hel groen te kleuren. De man en de hond waren verdwenen en terwijl ik zelf ook vertrok bedacht ik me dat het de hond misschien goed had gedaan als ik tegen hem had gezegd dat hij er niet ouder uit zag als vijf, hoogstens zes jaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen